Ergens in het donker op de snelweg, ik moet een jaar of 8, 9 zijn geweest. Het is zondagavond als we vanuit het Noorden des lands terugrijden naar Ede waar we toen woonden. Buiten regent het, maar pa en ik hebben het gezellig. Op een gegeven moment verwisseld pa het bandje. ‘All I wanna is close to you’ wordt ineens vervangen door ‘Tour of Duty’; tevens een toepasselijke naam voor ons reisdoel. Het eerste nummer is – heel toepasselijk – Riders on the Storm. Eén van de drie nummers waarvan zowel de titel als de muziek me altijd zijn bijgebleven’

De muziek van Tour of Duty maakte deel uit van de Amerikaanse dramaserie over de Vietnamoorlog die op de Amerikaanse televisie werd uitgezonden van 1987 tot 1990. De titelsong was vanaf de tweede aflevering ‘Paint It Black’ van ‘The Rolling Stones’.

De serie bestaat uit drie seizoenen en was vernieuwend omdat zij in tegenstelling tot veel andere films en series ook regelmatig ernstige verwondingen en doden toonde. Ook kwamen sociale problemen als racisme, zelfmoord, terrorisme, oorlogsmisdaden en drugsgebruik aan bod.

Terug naar de muziek, want er zijn diverse cd’s uitgebracht rond deze serie.

Het eerste nummer van één van die cd’s – Riders on the Storm – brengt me direct weer terug op die snelweg, midden in de storm. Het regent hard buiten en het zicht is – ondanks het ijverige werk van de ruitenwissers – bar en bar slecht. Luisterend naar de mooie klanken ontstaat er een oase van rust om me heen, in de weet dat ik veilig thuisgebracht wordt.

Niet een geheel vreemde associatie dus, want volgens The Doors gitarist Robby Krieger is het lied gebaseerd op het lied (Ghost) Riders in the Sky: A Cowboy Legend. Dat nummer gaat over een volkslegende waarin een cowboy een visioen heeft van een kudde runderen die met rode ogen door de lucht dendert die opgejaagd wordt door op paarden rijdende geesten van verdoemde cowboys.

Een van die cowboys waarschuwt hem dat als hij zijn ingeslagen weg niet wijzigt, hem hetzelfde noodlot wacht “om te proberen de duivelse kudde in de eindeloze ruimte te vangen.” De legende, die Jones voor het eerst hoorde toen hij twaalf jaar oud was, kent overeenkomsten met de Noord-Europese mythes over de Wilde Jacht.

In december 1970 werd het nummer opgenomen onder leiding van geluidstechnicus Bruce Botnick, die uiteindelijk ook mede-producer was. Zanger Jim Morrison zong eerst het lied en fluisterde daarna de tekst opnieuw in, zodat het echo-effect werd verkregen. Het is, volgens Manzarek, het laatste nummer dat de band samen met Morrison opnam. Vlak na uitgifte van de single overleed Morrison.
In de film The Doors van Oliver Stone zou te zien zijn in wat voor sfeer het nummer is opgenomen.

Maar Riders on the Storm is niet de enige die me bij is gebleven. De tweede zegt alles over mezelf: Born to be wild.

‘Born to Be Wild’ is geschreven door de broer van Steppenwolf-drummer Jerry Edmonton Mars Bonfire als ballad. Bonfire was eerder lid van de band The Sparrows die later opging in Steppenwolf. Het nummer is aangeboden aan andere bands, maar werd als eerste opgenomen in een snellere versie. Born to be wild wordt beschouwd als het eerste heavy metal-nummer vanwege de woorden ‘I like smoke and lightning, heavy metal thunder’ die in de tekst voorkomen. Ook wordt het gezien als een belangrijk nummer binnen de tegencultuur van de jaren ’60 en is populair onder motorrijders.

Tegencultuur. Dat is het juiste woord dat ik zocht. M’n leven lang roei ik bij tijd en wijlen tegen de stroom in. Soms met succes, soms zonder succes (maar je komt altijd ergens). Met PotterDome bijvoorbeeld: ik wilde commercieel, terwijl niemand dat aandurfde. Het sluit aan bij m’n blik op het leven: ‘niet als een mak schaap overal achteraan lopen, want dan leer je niets’. Waarmee ik trouwens niet wil zeggen dat het verkeerd is om soms iets van een ander aan te nemen.

‘We gotta get out of this place’ van The Admirals is de derde. Het nummer, geschreven door Barry Mann en Cynthia Weil, werd voor het eerst opgenomen door de Britse popgroep The Animals in 1965 en werd vooral in het Verenigd Koninkrijk een grote hit.

Het nummer werd gezien als een protestlied, alhoewel het daar niet voor bedoeld was. De titel sprak heel wat mensen aan die in een situatie zaten waar ze graag uit wilden. Niet alleen onder scholieren, maar vooral Amerikaanse militairen in Vietnam, die tegen hun zin betrokken waren geraakt bij een uitzichtloze oorlog, was het nummer mateloos populair. De meesten van hen wilden niets liever dan weg van die plaats. De titel werd dan ook regelmatig aangevraagd in verzoekplatenprogramma’s die zich richtten op de Amerikanen in Vietnam en was geregeld te beluisteren in de jukeboxen van Saigon. Trouwens, de muziek zou ook zo in de hedendaagse cultuur passen. We willen allemaal weleens weg uit een situatie…

Het is overigens niet zomaar dat ik de muziek van vroeger begin met deze muziek. Toegegeven: de blog over de terugkeer van Kink (FM) heeft me het laatste zetje gegeven, maar nog belangrijker: er waren twee personen die deze muziek ‘grijs draaiden’: mijn vader en ik. Of het een simpele ‘van moeder naar vader’ rit was of een terugrit, afkomstig van de familie naar zijn huis; deze muziek stond vaak op. Als tienjarige in de ‘90’s luister je natuurlijk liever naar ‘No Limit’ van ‘2 Unlimited’, maar jaren later heb ik dit stukje muzieksmaak van ‘m overgenomen. Daar ben ik dankbaar voor.

Deze mooie ritten kunnen we niet meer maken, want hij is niet meer. Levend met de gedachte dat er vorig jaar een kans was om nog eens zo’n rit te maken (die we beiden gemist hebben), ga ik voort, en raakte ik geïnspireerd om deze ode te schrijven. Het zij zo.

Deze blog is dan ook geschreven voor Schelte, de man met wie ik vaak op de snelweg zat. Daarom deze laatste noot voor jou.

Pa, je bent er niet meer, maar ik kijk je aan – naast je in de auto: ‘het is goed zo. We hebben onze bestemming bereikt’.

We blijven altijd ‘Riders on the Storm’.